De Juniorquiz van 2004 – de antwoorden
1) Waarom wippen duiven tijdens het lopen met hun kop?
a) Om hun evenwicht te bewaren
b) Om indruk te maken op de andere sekse
c) Om beter te zien
C, duiven bewegen hun kop om beter te zien. Doordat hun ogen aan de zijkanten van hun kop zitten hebben duiven moeite met het schatten van diepte. Wetenschappers hebben bewezen dat lopende duiven het beeld op hun netvlies vastzetten door eerst hun kop naar voren te gooien, dan een plaatje te schieten en daarna hun hoofd achterna te lopen. Als hoofd en ogen even stil staan kan de duif ook vaststellen of zijn omgeving beweegt. Zo helpt het wippen van de kop ook bij het zien van bewegingen in de omgeving.
2) Waarom ga je niet lachen als je jezelf kietelt?
a) Je weet dan precies wat je te wachten staat
b) Onbewust kietel je jezelf niet hard genoeg
c) Voor je hersenen is dat hetzelfde als krabben
A, je weet dan precies wat je te wachten staat. Als iemand je kietelt, lach je eigenlijk van opluchting dat er niks ergs aan de hand is. Onder je huid zitten heel veel zenuwen. Als iemand je aanraakt, sturen die zenuwen een berichtje naar je hersenen om te waarschuwen. Dat gekriebel kan door iets engs of vervelends komen. Zoals een spin, of een grote beer. Zodra je hersenen beseffen dat er geen gevaar op de loer ligt, lach je meestal van opluchting. Als je jezelf kietelt, weet je al van tevoren dat er geen bedreiging is. Dus je bent ook niet opgelucht. Daarom hoef je ook niet te lachen.
3) Waarom kun je een lekke voetbal minder ver weg schoppen dan een bal die niet lek is?
a) Een lekke bal zweeft slechter
b) Een lekke bal is zwaarder
c) Een lekke bal wordt meer ingedeukt
C, een lekke bal wordt meer ingedeukt. Als je tegen een slappe bal schopt, zakt je voet er een heel stuk in weg. De energie van je schop gaat niet volledig in beweging van de bal zitten, maar wordt gedeeltelijk omgezet in warmte. Dat merk je bijvoorbeeld als je gaat squashen: omdat een squashballetje zacht is, deukt hij in als je hem raakt en wordt dan warm. Voel er maar eens aan! Bij een harde bal zakt je voet bijna niet weg. Alle energie van je schop wordt overgedragen aan de bal. Omdat een harde bal meer energie krijgt van je schop, vliegt hij verder weg.
4) Waarom vliegen nachtvlinders naar lamplicht, terwijl ze van donker houden?
a) Ze denken dat de lamp de maan is
b) Ze komen af op de warmte van de lamp
c) Op lichte plaatsen is meer voedsel dan op donkere plaatsen
A, ze denken dat de lamp de maan is. Nachtvlinders gebruiken het licht van de maan of de sterren om in een rechte lijn te kunnen vliegen. Ze houden de maan bijvoorbeeld altijd op een vaste afstand aan hun linkerhand. Als er in de buurt een lamp brandt, denken ze dat die lamp de maan is en richten zich daarop. Omdat de lamp veel dichterbij staat dan de maan, komen de vlinders steeds dichterbij het licht. Dat snappen ze niet. Omdat de vlinders hun vlucht zo aanpassen dat ze de lamp de hele tijd links van zichzelf blijven zien, draaien ze uiteindelijk rondjes rondom de lamp. Dagvlinders doen trouwens precies hetzelfde. Als een dagvlinder in het donker vliegt, komt hij ook op de lamp af.
5) Hebben alle mensen echt verschillende vingerafdrukken?
a) Nee, eeneiige tweelingen hebben wel dezelfde vingerafdrukken
b) Er zijn nog nooit twee mensen met dezelfde vingerafdrukken gevonden
c) Vroeger wel, maar nu er meer dan zes miljard mensen zijn niet meer
B, er zijn nog nooit twee mensen met dezelfde vingerafdruk gevonden. Een vingerafdruk is echt uniek, omdat het lijnenpatroon op je vinger uniek is. Als je goed naar de lijnen op je vingertoppen kijkt, zie je dat ze ergens stoppen en ergens anders weer verder gaan. Of dat ze zich vertakken. Deze lijnen en hun onderbrekingen zijn bij iedereen anders. Je krijgt je vingerafdrukken al als je pas vier maanden in de baarmoeder zit. Hoe ze er uitzien heeft iets met erfelijkheid te maken, maar ook met wat je moeder at tijdens haar zwangerschap, en hoe jij precies in de baarmoeder lag. Hierdoor zijn zelfs de vingerafdrukken van eeneiige tweelingen niet aan elkaar gelijk.
6) Als je een schep suiker in cola doet gaat de prik eruit. Maar er zit al suiker in col a. Hoe verklaar je dat?
a) Het suikergehalte in de cola wordt dan te hoog
b) Dat komt door de korrelvorm van de suiker
c) In cola zit een andere soort suiker
B, dat komt door de korrelvorm van suiker. Hetzelfde gebeurt wanneer je zout of zelfs grint in cola doet. In cola zit kooldioxidegas opgelost. Dat gas wil uit de cola ontsnappen. Dat kan alleen als het gas belletjes vormt. Deze belletjes vormen zich het liefst rondom een korreltje in de cola, of een krasje in je glas. Een schep losse suiker geeft meer ‘prik’ dan een klontje, omdat er meer korreltjes zijn waaromheen de belletjes zich kunnen vormen. Wanneer je de suiker eerst oplost in water, en dat bij je cola giet, bruist het niet. Colamakers gebruiken dus ook geen suikerkorrels om de cola zoet te maken maar suikersiroop, een zoete vloeistof die gemaakt wordt van suikerbieten.
7) Alle blanke baby’s hebben bij hun geboorte blauwe ogen. Hoe komt dat?
a) Omdat ze negen maanden in het vruchtwater hebben gelegen
b) Omdat hun ogen nog niet met zuurstof in aan raking zijn geweest
c) Omdat ze nog niet genoeg kleurstof in hun ogen hebben
C, omdat ze nog niet genoeg kleurstof in hun ogen hebben. Voor blauwe ogen heb je minder kleurstof nodig dan voor bruine ogen. Pasgeboren baby’s hebben maar heel weinig kleurstofcellen, daarom zijn hun ogen blauw. Hoe ouder je wordt, hoe meer kleurstofcellen. Bovendien ontstaat er per cel steeds meer kleurstof. Hoeveel cellen je uiteindelijk krijgt, en hoeveel kleurstof er per cel aanwezig is, hangt af van je ouders. De hoeveelheid kleurstof en dus de kleur van hun ogen bepaalt de oogkleur van hun kind. Als je ouders allebei blauwe ogen hebben, worden die van jou nooit bruin. Ogen van baby’s van bruinogige ouders worden als ze ongeveer negen maanden oud zijn langzaam bruin.
Hoe komt het dat een kaarsvlam bovenin een andere kleur heeft dan onderin?
a) Door de samenstelling van het kaarsvet
b) Door vocht in de lucht
c) Door de zwaartekracht
C, door de zwaartekracht. Om kaarsvet te verbranden is zuurstof nodig. Hoe meer zuurstof, h oe beter de verbranding en hoe blauwer de vlam. Lucht die door de vlam is opgewarmd, stroomt door de zwaartekracht naar boven. Onderin de vlam is dan plaats voor koude, zware, zuurstofrijke lucht. Omdat onderin altijd genoeg zuurstof is, is een vlam daar blauw. Bovenin zit oude lucht die van beneden is gekomen. Daar zit minder zuurstof in, en meer roetdeeltjes. Deze roetdeeltjes verbranden niet, maar gloeien. Dat geeft de oranje-gele kleur bovenin de vlam. Zonder zwaartekracht heeft een vlam maar 1 kleur: met voldoende zuurstof is de hele vlam blauw, en bolvormig.
